Categorie: Deelnemer  /  Aangemaakt: 28-03-17 10:49:12

Ik wil jullie een beeld geven van het “avontuur” waar wij als gezin middenin zijn gevallen. Ik ben 45 jaar, altijd betrokken bij anderen en heb veel vrienden en familie. In mijn baan als coördinator van een toeristische organisatie ben ik altijd in gesprek met andere organisaties en personen. Ik geef leiding aan ruim 50 medewerkers, waaronder veel vrijwilligers.
In mijn privé leven ben ik op 15-5-15 getrouwd met mijn nieuwe liefde Ronald. Samen hebben we 4 kinderen. Patrick is 21, Jonique is 18, Quinn is 12 en Zayra is 11. Ons gezin is samengesteld, maar we hebben het erg goed samen.

Dinsdag 1 maart 2016 :
Ik begin deze dag op mijn werk. Mails beantwoorden en we zijn begonnen om het toeristisch seizoen voor te bereiden. De ochtend zit er snel op.
Na de lunch vertrek ik voor een gesprek met de griffier van onze gemeente, ik ben namelijk raadslid voor de lokale partij. We hebben de verkiezingen gewonnen en vormen nu met 9 raadsleden de grootste fractie.
Ik rijd over een hele drukke weg naar het gemeentehuis en ben ruim op tijd. Ik loop het gebouw binnen en in de ontvangsthal voel ik ineens mijn gezicht trillen. Het voelt niet goed en ik ben bang dat ik ga flauwvallen. Voordat ik ook maar iets kan doen, wordt het zwart!

Als ik bijkom, zie ik de BHVers van de gemeente en  2 ambulanceverpleegkundigen rondom mij heen staan. Ik ben een aantal minuten niet aanspreekbaar geweest en kom nu langzaam weer terug.
Ze stellen mij vragen over mezelf, mijn woonplaats etc. De BHVer van de gemeente kent mij en wil me helpen met antwoorden, maar ze wordt keurig door de verpleegkundige terug gefloten. De antwoorden moeten door mij gegeven worden, zodat ze kunnen zien of ik alles nog weet.
Ik weet veel, zelfs de naam van mijn huisarts. Ik kom bijna nooit bij onze huisarts, dus haar naam weten vind ik zelf erg knap. Ondertussen hebben ze Ronald op zijn werk gebeld en die komt geschrokken aanlopen. Hij heeft mij nog nooit zo gezien.
Mijn huisarts wordt gebeld en we kunnen meteen langskomen. Ik kan weer staan en loop samen met Ronald naar de auto. Nog een beetje beduusd rijden we naar onze huisarts. We weten allebei niet wat er met mij gebeurd is. De huisarts staat ons al op te wachten en ik neem plaats in haar spreekkamer. Ze heeft doorgekregen van de verpleegkundigen dat ik flauw ben gevallen door stress.
Ze ziet meteen dat ik geen stress heb. Ze doet een aantal testen om te zien of alles werkt. Het lopen over een rechte lijn is net alsof ik dronken ben. Mijn armen kan ik niet gestrekt voor me houden. Mijn linkerarm zakt steeds naar beneden. Mijn huisarts maakt zich zorgen en belt met de neuroloog in het ziekenhuis. Die stelt voor dat we daarheen komen, zodat ik beter onderzocht kan worden.
We stappen weer in de auto en rijden naar het ziekenhuis. Halverwege zegt Ronald tegen mij:”Nou niet meer zo gek doen hoor”. Ik wil een reactie geven, maar voel mijn gezicht alweer strak trekken.
Ronald begint tegen mij te roepen: “Miran, wat doe je?” Ik hoor hem wel, maar kan geen antwoord meer geven, dan wordt het weer zwart om mij heen.

Ik kom langzaam bij. Ik lig op een ziekenhuisbed en onderga diverse scans/onderzoeken. Hoe ben ik hier beland? Mijn moeder is ondertussen ook naar het ziekenhuis gekomen en is volkomen van slag.
Ronald is zich kapot geschrokken in de auto. Mijn gezicht trok scheef en mijn lichaam trok helemaal strak. Ik viel tegen hem aan en hij dacht dat ik niet meer leefde. Hij was nog aan het rijden, reed naar een parkeervak en belde toen meteen 112. Een ambulance was snel ter plaatse en die hebben mij uit de auto gehaald en met sirenes naar het ziekenhuis gebracht. Ronald is er achteraan gereden. Hij had gezien dat ik weer bewoog en dat gaf hem een geruststelling.  “Gelukkig! Ze leeft nog”

Ik ben nog steeds dizzy en weet niet goed wat ze allemaal met me doen. ’s Avonds lig ik op afdeling A, op een 2 persoonskamer. Ik moet bijkomen van deze dag. Wat is er toch met mij aan de hand? Ik ben bijna nooit ziek. De laatste tijd was ik wel wat grieperig, maar voor mijn gevoel was heel Nederland ziek. Ik heb me hierover geen zorgen gemaakt. Ik had zelfs nog een week niet gewerkt om uit te zieken. En dan nu dit….